EXCLUSIEF ONDERZOEK MOSLIMVANDAAG.NL: Situatie halal-markt schreeuwt om regulering

Exclusief onderzoek gepubliceerd in de nieuwste editie van  het MoslimVandaag Magazine dat Voorlichtingsbureau Halalvoeding heeft mogen publiceren. Gezien de vele vragen die wij dagelijks over halal ontvangen van onze lezers op social media en website is het artikel zeker de moeite waard om te lezen en nog meer te begrijpen hoe de halal wereld in elkaar zit.

Gesloten bolwerk geeft niet graag geheimen prijs

Situatie halal-markt schreeuwt om regulering

U heeft ze vast wel eens zien hangen bij de islamitische slager of buurtsuper. Documenten met stempels en handtekeningen die moeten aantonen dat producten halal zijn. Onderzoeksjournalist Caspar Naber dook in de wereld van de halal-certificering en probeerde een ongeorganiseerde en ondoorzichtige sector te ontrafelen. Een sector waarin de belangrijkste spelers roepen dat er eenduidigheid moet komen, maar hun onderlinge wantrouwen en verdeeldheid niet opzij kunnen zetten.

Mijn eerste kennismaking met de wereld van de halal-certificaten begint slecht. “Ik geef geen interviews, omdat ik slechte ervaringen heb met de media,” bromt een van de grotere certificeerders door de telefoon. Na enig aandringen mag ik toch enkele vragen stellen, die hij beantwoordt. Dan wordt de verbinding verbroken. Deze mediaschuwheid zou illustratief blijken voor een ongeorganiseerde en ondoorzichtige sector.

 40-tal

De certificatenmarkt in Nederland is in handen van particuliere verstrekkers. Met hoeveel ze zijn, is niet bekend omdat het beroep niet vastgelegd is in de wet. Iedereen mag zich halal-certificeerder noemen. Volgens schattingen uit een marktonderzoek van Utrechtse wetenschappers uit 2010 gaat het om 30 tot 40 personen. Ze vormen volgens dit onderzoek vier groepen: doe-het-zelvers; imams en andere moslimautoriteiten die halal-fatwa’s geven op lokaal niveau; bedrijven die voedsel produceren of verkopen en er zelf een halal-kwaliteitsstempel op plakken en tenslotte de gespecialiseerde keuringsinstanties.

Daarmee zijn we terug bij de documenten in de islamitische slagerij of -buurtsuper. Hoe weten we of ze echt of nep zijn? Een vraag die moeilijk te beantwoorden is. “De logo’s, stempels, handtekeningen en namen zijn een indicatie voor de echtheid, maar bewijzen op zichzelf niets omdat ze vervalst kunnen zijn,” zegt iemand uit de sector die liever anoniem wil blijven. Maar ook op ‘echte’ halal-certificaten staan volgens hem soms dingen die vragen oproepen. “Zoals verschillende handtekeningen onder de naam van dezelfde gezaghebbende persoon, of het ontbreken van serienummers bij de specificatie van grondstoffen.”

Beschuldigingen

De certificaten die de consument ziet hangen in winkels en slagers zijn vaak kopieën, weet hij. “Leveranciers en slachthuizen geven ze aan hun klanten als bewijs dat hun producten halal zijn. Door de kopietjes op te hangen, wekt de islamitische slager of buurtsuper bewust of onbewust de indruk geheel halal te zijn, terwijl dat misschien helemaal niet zo is omdat hij meerdere leveranciers heeft.”

De vraag is dus van wie leveranciers en slachthuizen hun halal-certificaten krijgen. Dat kan in principe iedereen zijn, maar wie een beetje meetelt in de halal-sector wordt gecertificeerd door een van de vijf belangrijkste keuringsbedrijven. In de uittreksels van hun inschrijving bij de Kamer van Koophandel stellen ze unaniem zich in te zetten voor de belangen van de (moslim)consument en voor de kwaliteit van halal.

Tijdens interviews met de verantwoordelijken van deze keuringsorganisaties begin ik daar aan te twijfelen door de vele onderlinge beschuldigingen die ze uiten. Over concurrenten die ‘alles wat los en vast zit’ certificeren, waardoor tachtig procent van het door hun gecertificeerde waar niet halal is. Over branchegenoten die doen alsof ze zelf controleren in slachthuizen,  maar vrijwilligers gebruiken die als moslimslachter werken en zo een centje bijverdienen, wat vragen oproept over hun onafhankelijkheid. Over het geschuif met percentages door deals tussen certificeerders en vleesproducenten en -leveranciers. Over tarieven van 60.000 tot soms 90.000 euro per jaar die in geen verhouding staan tot de geleverde prestaties. Over ‘provisies’ (beloning) van soms 50 cent per kilo gekeurd exportvlees, kosten die klanten doorberekenen aan de consument. Over het ‘gijzelen’ van klanten door hen via koppelverkoop extra business te bezorgen waardoor ze afhankelijk worden. Ook wordt gesproken over geestelijke druk door zwartmakerij en het uiten van dreigementen in de trant van “Als ik vertrek, dan ben jij niet halal meer” en “Jij moet bij mij blijven want anders gaan die en die klant ook weg.”

 

Kerk en staat

De inhoud van de beschuldigingen verbaast me, maar die verbazing verdwijnt als ik ontdek dat de markt van halal-certificaten een sector is waar de overheid zich nauwelijks mee bemoeit. Halal is een islamitische en daarmee religieuze vereiste en kerk en staat zijn in Nederland gescheiden.

De Koran is duidelijk over wat halal is, maar niet alle moslims interpreteren dat op dezelfde manier. De Arabische term beslaat bovendien veel meer dan vlees en voedsel alleen. Zo vallen ook de herkomst van ingrediënten, toevoegingen zoals E-nummers, gelatine in pillen en kleurstoffen in kleding eronder. Kortom, halal is een manier van leven. Dat maakt het nog gecompliceerder, want de moslimgemeenschap bestaat uit verschillende etniciteiten die elk op hun eigen manier halal leven.

Foto: moslimvandaagmagazine 

Grote vijf

Dat brengt ons weer bij de belangrijkste keuringsbedrijven. Welke zijn het en wat is hun achtergrond? De eerste, Halal Quality Control (HQC) werd in 1985 opgericht door een Syrische journalist in Den Haag. Hij begon op verzoek van islamitische ambassades na schandalen met Nederlands exportvlees waardoor buitenlandse klanten halal-certificaten wilden zien. In 1994 startte een Surinaamse plaatsgenoot, vertegenwoordiger van moslimfederatie Fomon en chemicus, Halal Voeding en Voedsel (HVV) om bedrijven voor te lichten over inspecties. Zeven jaar later lanceerde een Surinaamse moslimslager

Halal International Control (HIC). In de loop der jaren kwamen er nog twee certificeerders bij: Halal Audit Company (HAC) in Rotterdam, gerund door derde generatie en in voedingstechnologie afgestudeerde moslims van Turkse afkomst (2003) en Halal Correct Certification (HCC) uit Leiden (2008), van moslims van de tweede generatie uit Tunesië, Libië en Algerije. Geen van de vijf is naar eigen zeggen commercieel maar de onderlinge beschuldigingen geven een ander beeld. Een beeld dat zich moeilijk laat bevestigen omdat niemand publiekelijk namen wil noemen.

 

Halal-normen

Terug naar de halal-certificaten. Welke normen hanteren de ‘grote vijf’? Drie van hen (HVV, HQC en HCC) zeggen de strenge normen toe te passen van de halal-autoriteiten van Maleisië (JAKIM) en Indonesië (MUI), door wie ze zijn erkend. De Maleisische erkenning geldt voor vlees en alle afgeleide producten, de Indonesische voor de categorieën ‘rundvlees slachten’ (HQC en HCC), ‘voedselverwerking’ (alle drie) en ‘smaakstoffen’ (alle drie), zo blijkt uit de laatste erkenningslijsten die online staan.

Maar wat houden die normen in? Wie verder leest, ontdekt dat beide Aziatische halal-autoriteiten verdoving vóór de slacht toestaan. Dit is iets waarover de moslimwereld het oneens is, omdat dieren kunnen sterven door de verdoving en de Koran zegt dat ze moeten leven op het moment van slachten. Vooral de gasbedwelming van pluimvee is omstreden. De World Halal Council, een internationale federatie van halal-autoriteiten, sprak zich op haar jaarlijkse congres in 2013 uit tegen deze methode. De Indonesische en Maleisische halal-autoriteiten onderzoeken deze methode nu, om daarna te beslissen of ze hun normen aanpassen.

Halal Quality Control zegt alleen pluimvee te certificeren dat voor de slacht elektrisch is verdoofd volgens de waterbadmethode, die ook is vastgelegd in EU-regelgeving. “In heel Europa wordt geen kip meer geslacht zonder verdoving, een paar kleine slachthuizen misschien uitgezonderd.” Halal Voeding en Voedsel zegt door haar strenge normen dagelijks tussen de een en twintig dieren af te keuren en weinig in de vleessector te doen “omdat dáár de verscheidenheid van uitleg het probleem is.” De halal-kwaliteit van de stichting wordt volgens haar bewaakt door een Raad van Overleg bestaande uit vier islamitische geleerden uit de verschillende islamitische rechtsscholen.

Halal Correct Certification certificeert door haar strenge normen naar eigen zeggen alleen nog slachthuizen die handmatig slachten. Een bewuste keuze vanwege de discussie over machinaal slachten, wat in de ogen van sommige moslims niet halal is. HCC zegt drie imams in dienst te hebben die de certificaten ondertekenen. Bovendien vraagt HCC goedkeuring aan de Raad voor Fatwa en Onderzoek van de Islamitische Universiteit Rotterdam.

Halal Audit Control zegt ook de Maleisische normen te hanteren, maar certificeert tevens bedrijven met gelijkwaardige normen “zolang de essentie van halal geen tekort wordt gedaan.”

Halal International Control heeft eigen ‘strikte’ normen. “Als eerste moslimslager in Nederland die halal werkte, weet ik als geen ander wat het begrip inhoudt,” zegt Ramdjan. Op de website van zijn bedrijf staat dat het bij halal-vraagstukken internationale religieuze autoriteiten raadpleegt op Fatwa-sites zoals islamonline.net en islamweb.net. Ook werkt Ramdjan samen met onderzoekers van de Al Azhar Universiteit in Egypte.

 

Verdeeldheid

Klinkt goed, al die normen, maar ze maken het er voor de halal-consument niet duidelijker op. Zij weten in de meeste gevallen namelijk niet wie wat heeft gecertificeerd. De ‘grote vijf’ geven toe dat het allesbehalve eenduidig is. Ze zijn het er over eens dat daar verandering in moet komen maar oneens over de manier waarop. “De overheid zou uit voedselveiligheidsoogpunt een einde moeten maken aan zelfgemaakte certificaten,” zegt HAC. Volgens HCC moet de overheid strengere eisen stellen aan de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de naam van certificeerders laten afdrukken op verpakkingen zodat de consument ziet of ze internationaal erkend zijn. HVV is tegen overheidsinmenging en wil islamitische geleerden een gezamenlijk controlesysteem laten uitwerken dat ook wordt gewaarborgd. HQC wil moslimgeleerden en -wetenschappers duidelijkheid laten verschaffen over de omstreden verdovingsmethodes “om halal voor zoveel mogelijk moslims makkelijk te maken.” HIC, tot slot, vindt dat de keuringsinstanties zichzelf moeten reguleren

 

Toekomst

De onderlinge verdeeldheid doet de vraag rijzen: hoe nu verder? Geen van de vijf gelooft in een nationaal halal-keurmerk, omdat de markt daar volgens hen te versplinterd en verdeeld voor is. Desondanks lanceerde de stichting Halal Bewust (beter bekend als De Halalpolitie), die consumenten duidelijkheid wil geven met eigen onderzoeken en een halalwijzer, vorig jaar een kwaliteitsmerk. Het is volgens haar bedoeld om slachthuizen die op authentieke wijze werken in de schijnwerpers te zetten, omdat ze financieel gezien niet kunnen concurreren met slachthuizen die wel bedwelming toepassen.

Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), naar eigen zeggen gesteund door 380 moskeeën, kondigde in augustus 2014 aan dat ze ook een keurmerk zou lanceren, maar dat keurmerk is er nog niet. Ik vraag me af of het er ooit zal komen en wat de halal-consument daar aan zal hebben.

De vijf belangrijkste certificeerders geloven immers niet in zo’n kwaliteitslabel. Wellicht ook omdat dit ten koste zou kunnen gaan van hun eigen certificatenbusiness. Een wereldje waarover ik veel te weten ben gekomen, maar al die informatie heeft voor mij niet duidelijk gemaakt wat nu de waarde is van een halal-certificaat. De onderlinge beschuldigingen van de vijf belangrijkste keuringsbedrijven bewijzen voor mij in ieder geval dat financiële belangen voor sommigen groter zijn dan de belangen van de consument en de kwaliteit van halal.

De censuur die enkele keuringsbedrijven na lezing van mijn voorlopige artikel dachten te kunnen uitoefenen, verbaast me. Nog gekker vind ik het dat eentje zelfs benoemd wil hebben dat het de intentie van dit artikel niet onderschrijft. Blijkbaar zijn ze niet gewend aan een buitenstaander die vragen stelt. Hun beschuldiging dat ik alle certificeerders over een kam scheer en de sector in een verdomhoekje plaats, begrijp ik evenmin. Vooral omdat een branchegenoot mij in vertrouwen laat weten dat het geschetste beeld weinig positief is “maar wel de realiteit.”

Bron: Moslimvandaag.nl

Word ook lid van de Moslimvandaag Magazine via moslimvandaag.nl en ontvang binnenkort
de zomer-editie vol met interessante topics!

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of wilt u napraten?
Neem gerust contact met ons op via info@ikeethalal.nl